• 30-spoorwegen
  • 31-lassen
  • 32-idagro
  • 33-bakker

De pioniersgeest van het Sukerbietendorp

“De geschiedenis van Lemelerveld is er een van pioniersgeest. De mentaliteit hier is dat als je iets wilt bereiken, je het zelf moet doen. En dat vertaalt zich ook in het verbazingwekkend hoge aantal ondernemers dat het dorp telt.”

Aan tafel zitten Gerard Harmsen (63), Jan Wagenmans (70) en Harry Lenferink (75), drie nestors van het Lemelerveldse bedrijfsleven. Gerard stond aan de wieg van Bouwbedrijf Harmsen, Timmerfabriek Salland en Salland Kozijnen. Jan bouwde de winkel van sinkel van zijn vader om tot een goedlopende woninginrichtingszaak en Harry is de oprichter van Schildersbedrijf Lenferink in Lemelerveld, met vestigingen in Zwolle, Emmeloord, Deventer en Wehl. Het drietal weet alles van de bijzondere karakteristieken van Lemelerveld.
Harry, geboren en getogen Heetenaar, begon in ’59 met zijn bedrijf en stond daarmee samen met andere jonge ondernemers als Jo Tielbeke aan de basis van de latere explosie van bedrijvigheid in het dorp. “Ik kom uit een echte ondernemersfamilie”, vertelt hij. “Gerrit Wagenmans, de vader van Jan, kwam regelmatig bij mijn schoonvader in Heeten die een slagerij had. Daar kregen ze het over mij. ‘Wat wil det jong’ noe?’ Mijn latere schoonvader vroeg me toen of ik niet een schildersbedrijf wilde beginnen in Lemelerveld. Daar was geen katholieke schilder meer en een protestantse schilder die de katholieke kerk zou moeten schilderen, dat kon toen natuurlijk niet…”

Terug in de tijd

Even een stukje geschiedenis. Lemelerveld ontstond in 1854 na de aanleg van het Overijssels Kanaal. De aanwezigheid van de nieuwe waterroute trok ook ondernemer Blikman-Kikkert aan die er ‘de suikerbietenfabriek’ neerzette, een fabriek voor de verwerking van suikerbieten (of sukerbiet’n, zoals ze het op z’n Nedersaksisch zeggen). De fabriek zorgde voor veel werkgelegenheid en stond daarmee aan de wieg van het dorp. Maar het bleek ploeteren. De fabriek bleek geen succes. De grond rond Lemelerveld was namelijk helemaal niet geschikt voor de suikerbietenteelt. In 1917 werd het fabrieksgebouw overgenomen door de Nederlandse IJzerconstructiewerkplaats Lemelerveld (NIJL). Ook die trok weer vele nieuwe mensen naar het dorp, zowel katholiek als protestants. Harry, Jan en Gerard benadrukken dat de verzuiling echter nooit een groot issue is geweest in het dorp. “Aanvankelijk had Lemelerveld maar één school, een openbare. Daar speelde ook gewoon iedereen met elkaar. Of je nou katholiek of protestants was, dat maakte niet veel uit. Lemelerveld had ook maar één voetbalclub, één toneelvereniging, één muziekvereniging en één zwembad. Je kwam elkaar overal tegen. Dat is later wel wat veranderd toen het dorp meerdere scholen kreeg, maar de verzuiling is hier nooit  heftig geweest. Je had elkaar ook gewoon nodig.”

Reuring

Het pionierschap zit de Lemelervelders nog steeds in het bloed. Dat is deels ook veroorzaakt door het gegeven dat Lemelerveld tot 1997 onder vier gemeenten viel: de westelijke helft van het dorp onder Dalfsen, de oostelijke helft onder Ommen en delen van het buitengebied onder Heino en Raalte. Vechten dus als je wat gedaan wilde krijgen…
Mede daarom werden in het midden van de jaren zeventig de middenstandsvereniging en de winkeliersvereniging samengevoegd tot de Ondernemers Vereniging Lemelerveld. Het doel? Samen een vuist maken en meer reuring brengen in het dorp. Dat resulteerde onder andere in de organisatie van grote beurzen op het oude feestterrein. Gerard begint te lachen. “Voor de opening van de tweede beurs hadden we een speciale activiteit bedacht. Als beurscommissie zouden we een boot op wieltjes vol met suikerbieten van het kanaal naar het beursterrein trekken. We liepen daar allemaal netjes in het pak. Net nieuwe klompen aan. De blaren op de voeten natuurlijk. In het begin moesten we met man en macht trekken om die boot naar het terrein te krijgen. Maar daar liep de weg af, daar hadden we geen rekening mee gehouden. De boot ging bijna met ons op de loop. Moesten we nog harder trekken om dat ding tegen te houden, haha!”

Heteluchtkanonnen

Ook het jaarlijkse Dahliacorso en de plaatselijke carnavalsvereniging vonden hun oorsprong in de vergaderingen van het OVL. Jan speelde een voortrekkersrol bij de oprichting van het Dahliacorso. “Ik ging al jaren naar het corso in Lichtenvoorde en zoiets leek me ook geweldig voor Lemelerveld. De eerste keer in 1980 zorgden we als bestuur van het OVL zelf voor de dahliaknollen. Wat hebben we daar een werk mee gehad. Op een gegeven moment ging het vriezen en wij moesten er met heteluchtkanonnen naartoe om te zorgen dat die knollen niet kapot gingen. Het Dahliacorso was een groot succes, maar het jaar erop hebben we de verantwoordelijkheid voor de bloemen maar bij de wagenbouwers neergelegd, haha!” Het Dahliacorso zou in de jaren erop een stormachtige groei doormaken. Hadden de wagenbouwers de eerste keer nog genoeg aan honderdduizend bloemen, op het hoogtepunt waren het er bijna twee miljoen. In 2009 beleefde het Dahliacorso haar laatste editie. De animo om wagens te bouwen liep al jaren flink terug. “Maar het heeft ons absoluut meer naamsbekendheid opgeleverd. Dat heeft echter heel Lemelerveld ook flink wat zweetdruppels gekost! Maar dat is die pioniersgeest hè. Samen de schouders eronder.”

‘Doen wat niet mag’

Na veel getouwtrek met de gemeente Dalfsen wisten de ondernemers eind jaren zeventig ook extra bedrijvenruimte te regelen. Het inmiddels flink gegroeide schildersbedrijf van Harry was de eerste die zijn onderkomen vond in het gebied dat later uit zou groeien tot ’t Febriek. De ondernemingen stroomden toe. Maar de OVL was nog lang niet tevreden. Tegenover alle inspanningen en zelfredzaamheid mocht ook een bijdrage van de gemeenten Dalfsen en Ommen staan, zo vonden ze. “Daarom hebben we rond 1990 de werkgroep ‘Naar 2000’ opgericht. Om de gemeenten Dalfsen en Ommen te paaien, investeerden de leden van de OVL maar liefst 1,5 miljoen gulden in het aangezicht en de infrastructuur van het ’t Febriek “De gemeenten hebben op hun beurt ook veel gerealiseerd: extra cachet aan het bedrijventerrein, extra woningen en de overkluising van het Kroonplein.”
Daarmee was voor ondernemend Lemelerveld de kous nog niet af. De ruimte op ’t Febriek was namelijk volledig bezet en extra uitbreidingsmogelijkheden waren broodnodig. Gerard speelde daarbij een voortrekkersrol. Op de wijze van de ouderwetse pioniers in het wilde westen… “Ik wilde richting de Posthoornweg een nieuw pand voor de Timmerfabriek neerzetten. Maar dat duurde en duurde maar. Toen brak ook nog de MKZ-crisis uit. Ik zou volgens de gemeente Dalfsen in juli 2001 de deuren kunnen openen, maar in maart van dat jaar had ik nog geen bouwvergunning. Toen ben ik maar gewoon begonnen met bouwen. Op een gegeven moment had ik burgemeester Elfers aan de lijn. ‘Gerard’, zei ie, ‘dat kun je niet maken. Je hebt een voorbeeldfunctie voor het dorp’. En ik zei: ‘precies, én juist daarom ben ik begonnen. Je kunt al die bedrijven toch niet laten wachten…’  Om grote trammelant te voorkomen, heb ik toen gezegd dat ze me maar een boete moesten geven. De tweede uitbreiding was inmiddels al aangevraagd. ‘Zorg dan dat ik dan de vergunning wel krijg, en dan betaal ik die boete gewoon.’ Je moet als ondernemer ook wel eens wat doen wat niet mag…”

N34

En de toekomst? Plannen genoeg. Het drietal wijst opnieuw naar het zuidelijke deel van ’t Febriek. “We willen uitbreiden richting de Lantaarn. Dat moet echt snel gebeuren. Inbreiding is in Lemelerveld eigenlijk niet meer mogelijk. We zitten nu dan wel in een recessie, maar zo meteen trekt de economie weer aan en lopen we achter de feiten aan. We wachten bovendien op de nieuwe zuidoostelijke aftakking van de N348 naar ’t Febriek. Het ontbreken daarvan legt ook een enorme druk op het verkeer in het dorp. Zo verlies je grote bedrijven. Dat is al gebeurd. Aan ons zal het niet liggen. Lemelerveld is echt van goede wil. Want het tekent de pioniersgeest in het dorp dat er in deze tijden van recessie zoveel bedrijven mee willen doen aan de open bedrijvendagen. Niet iedereen zal het op het moment even gemakkelijk hebben, maar toch doen ze het. Ondernemen begint immers met ambitie!”

Deel deze pagina

Bedrijvendag op Twitter

"Kan geen tweets ophalen"
Naar boven